Ontsnapping
De temperatuur stijgt, het zonnetje schijnt, de dagen worden steeds langer en de struiken botten uit. Het lijkt net alsof er veel meer dieren zijn alhoewel die er natuurlijk in de winter ook al waren, maar dan verscholen. Vooral de vogels vallen op, mede door hun drukke heen en weer vliegen.
Ik kijk met veel plezier naar mijn gevleugelde vrienden. Ik beleef plezier aan het vrolijke schouwspel, terwijl ik weet dat het voor de vogels bittere noodzaak is. De natuur is hard, een vogelleventje kort, en dus moet er voor nageslacht gezorgd worden. Met takjes en allerlei ander bruikbaar materiaal worden de nestjes gebouwd op zo onopvallend mogelijke plaatsen. Driftig vliegen allerlei stelletjes af en aan.
Na een paar dagen herken ik de vogels die bij mijn huis in de buurt een broedsel leggen. Vooral van de koolmeesjes en de merels geniet ik volop. De koolmeesjes omdat ze zo schattig klein zijn en er zo lief uitzien. Ooit had ik het geluk om te zien hoe de jonkies vanuit het in mijn tuin opgehangen vogelhuisje xe9xe9n voor xe9xe9n uitvlogen.
In eerste instantie vladderden ze enigszins onbeholpen naar laaghangende takken waar ze min of meer toevallig op af kwamen. Maar al snel kregen ze er behendigheid in en binnen 5 minuten hadden ze de kunst van het vliegen onder de knie. Althans, de meeste. Twee van de negen jonkies hadden wat meer oefentijd nodig. Gaat dat om durf, of waren ze niet sterk genoeg? In ieder geval lukte het uiteindelijk iedereen om uit mijn gezichtsveld weg te vliegen.
Dit jaar broeden er merels in de buurt. Het vrouwtje zit inmiddels op het nest. Relaxed, maar in vanwege roofdieren ook gevaarlijk. Het mannetje zorgt voor het voedsel, en voor de rest houdt hij er van om op de schoorsteen van mijn huis te zitten en urenlang te fluiten. Op zijn hoog gelegen positie heeft hij een goed zicht op mogelijke roofdieren, terwijl zijn aanhoudende gefluit de aandacht op hem vestigt, en niet op zijn vrouwtje en nestje.
Ik help hen af en toe. Als ik zie dat xe9xe9n van de vele buurtkatten te dicht in de buurt komt jaag ik ze weg. Het is een druppel op een gloeiende plaat want de meeste katten zijn tijdens het voorjaar vooral actief wanneer ik slaap, maar voor mijn eigen gemoedsrust is het toch goed. Voor de rest moet het moedige merelmannetje het zelf doen.
Gelukkig ken ik geen dier dat dapperder is dan een merelmannetje. Met ware doodsverachting doet hij alles om zijn vrouwtje en jonkies te beschermen. Zo kwam ik gisteren thuis, en zag een sluipende kat, verrassend dicht bij de plek waar ik het nestje vermoedde. Het merelmannetje kwetterde luid en vloog aanhoudend vlak langs de kat. De truc lukte. De aandacht van de kat richtte zich op het mannetje.
Terwijl het mannetje vlak voor de kat langs vloog sprong de kat vooruit. Er was contact, want de vlucht van de merel vertoonde een merkwaardige bocht, maar toch wist hij net uit de klauwen van de kat te blijven. Ik kan me voorstellen hoe dat voor zo’n klein vogeltje moet voelen. Er komt een monster op je af dat honderd keer zo groot is als jezelf, en scherpe tanden heeft ter grootte van je eigen hoofd. Je schrikt je rot en vlucht voor je leven.
Maar wat doet het mereltje? Hij keert om en vliegt nogmaals langs de kat, en daarna nog eens, en nog eens. Steeds heeft hij de volledige aandacht van de kat, die iedere keer een stukje verder van het nest vandaan wordt gelokt. xc9xe9n keer lijkt het toch fout te gaan wanneer de kat weer het vogeltje weet te raken. Maar wederom ontsnapt het vogeltje ternauwernood.
Na een spannend kwartiertje, waarin ik bewegingloos en met de adem ingehouden alles volg, is het gevaar kennelijk geweken. De kat heeft de merel niet te pakken gekregen en is allang vergeten dat hij in eerste instantie op zoek was naar een vrouwtjesvogel op een nest. Het mannetje kan opgelucht naar mijn schoorsteen vliegen. Daar begint hij weer te fluiten. Het lijkt op een overwinningslied. Ik geniet er nog meer dan normaal van.
Paul
